Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 augustus 2013 in de zaak tussen
[naam],
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opsterland,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opsterland om de bijstandsuitkering van verzoeker te beëindigen en terug te vorderen wegens het niet melden van een gezamenlijke huishouding.
Het college baseerde het besluit op een anonieme tip en een huisbezoek waaruit bleek dat verzoeker en een ander persoon, met wie hij een kind heeft, feitelijk samenwoonden in twee aan elkaar verbonden woningen die als één woning werden gebruikt. Verzoeker had dit niet gemeld, waardoor het recht op bijstand ten onrechte werd vastgesteld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de feitelijke situatie van samenwoning aannemelijk was en dat verzoeker zijn inlichtingenplicht had geschonden. Hierdoor was het college bevoegd de bijstand te herzien, in te trekken en terug te vorderen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het voorlopig oordeel was dat het college terecht had gehandeld. Tevens werd de afwijzing van bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten bevestigd omdat verzoeker via de gezamenlijke huishouding over voldoende middelen beschikte.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland op 6 augustus 2013 en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit tot herziening en beëindiging van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.