Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Vordering officier van justitie
- veroordeling voor het onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde;
- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;
- oplegging van de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, ambulante behandeling en opname in RIBW Noach of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [naam Tankstation 1] tot een bedrag van € 251,65 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [naam Autobedrijf] tot een bedrag van € 152,75 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en niet-ontvankelijk verklaring met betrekking tot het overige;
- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [naam Pompshop] tot een bedrag van € 104,80 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Beoordeling van het bewijs
De rechtbank past met betrekking tot de onder 1., onder 2. gedachtestreepje 1 tot en met 8 en gedachtestreepje 10 en onder 3. ten laste gelegde feiten de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:
Bewezenverklaring
- tegen een medewerker van voornoemde Shell gezegd dat hij, verdachte, een taxibedrijf had en dat hij een grote bestelling wilde plaatsen en een bestellijst ingevuld en ingeleverd en vervolgens
- tegen voornoemde medewerker gezegd dat hij een hoeveelheid olie, ter waarde van 40,51 euro, welke olie hij, verdachte, daarvoor uit het schap van voornoemd pompstation had gepakt, wilde retourneren en
- dat hij, verdachte, had afgesproken met de baas van die medewerker dat hij voornoemde olie kon inleveren en zijn geld terug kon krijgen en
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;
- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;
- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 17 december 2012 en het reclasseringsadvies d.d. 10 januari 2013;
- de vordering van de officier van justitie;
- het pleidooi van de raadsman.