ECLI:NL:RBNNE:2013:5284
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D.A. Flinterman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bijzondere curator voor minderjarige in pleegzorgsituatie
De pleegouders en pleeggrootouders verzochten de rechtbank om op grond van artikel 1:250 BW Pro een bijzondere curator te benoemen, bij voorkeur een gedragsdeskundige gespecialiseerd in pleegzorg, voor de minderjarige [D. 1]. Dit verzoek kwam voort uit zorgen over de besluitvorming en omgangsregeling rondom de verblijfplaats van de minderjarige, die sinds februari 2012 in een observatiepleeggezin verblijft. De pleegouders voerden aan dat BJZ onvoldoende de belangen van het kind behartigt en dat er geen schriftelijke, pedagogisch onderbouwde omgangsregeling is vastgesteld tussen de minderjarige en zijn zus.
BJZ verzocht het verzoek af te wijzen en stelde dat er geen sprake is van een belangenconflict of verstrengeling. BJZ gaf aan een onafhankelijk onderzoek te willen laten uitvoeren door een orthopedagoog die bekend is bij BJZ, maar niet eerder betrokken was bij de zaak. De rechtbank heeft vastgesteld dat de pleegouders niet tegen de observatieplaatsing waren, maar tegen de mogelijke perspectiefbiedende plaatsing, welke BJZ ontkende.
De rechtbank oordeelde dat BJZ als professional het belang van de minderjarige zal behartigen en dat er geen aanwijzingen zijn voor belangenverstrengeling. De medewerking van de pleegouders aan het voorgestelde deskundigenonderzoek biedt voldoende bescherming van hun belangen. Daarom werd het verzoek om een bijzondere curator te benoemen afgewezen en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot benoeming van een bijzondere curator wordt afgewezen wegens ontbreken van belangenverstrengeling.