Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiser], te[woonplaats], eiser
de inspecteur van de Belastingdienst/Noord/kantoor Emmen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Het woonhuis met garage, erf en tuin, staande en gelegen te [A], plaatselijk bekend [a-straat #2], kadastraal bekend gemeente[A] sectie[sectie] nummer [nummer], groot zeven are vijfenvijftig centiare (…) door koper te gebruiken voor eigen bewoning.".
ondermeer behoorden tot- en dienstbaar waren aan de onderneming" van eiser, zijn broer en zijn vader. Hierbij hebben eiser en zijn beroer een beroep gedaan op de vrijstelling van overdrachtsbelasting ingevolge artikel 15, eerste lid, sub b, van de Wet op Belastingen van Rechtsverkeer, zoals dat artikel in 1992 gold.
€ 126.500 inzake de[a-straat #2] gehandhaafd. De correctie inzake de [a-straat #4] heeft verweerder laten vervallen, omdat verweerder is gebleken dat deze onroerende zaak in het jaar 2009 is geleverd. Verweerder heeft het bezwaar gegrond verklaard. Hierbij heeft verweerder geen kostenvergoeding aan eiser toegekend, omdat volgens verweerder geen sprake is van een aan hem te wijten onrechtmatigheid van de aanslag.