Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding met producties;
- de door VVN overgelegde producties;
- de mondelinge behandeling van de zaak, gehouden op 17 september 2013, waarbij
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
De cliënt [A], verslaafd aan heroïne en methadon, was sinds jaren onder behandeling bij Stichting Verslavingszorg Noord Nederland (VNN). Na een reeks agressieve incidenten op 6 en 7 mei 2013, waaronder bedreigingen en een fysieke confrontatie met medewerkers, besloot VNN de behandelovereenkomst te beëindigen en de methadonverstrekking stop te zetten.
[A] vorderde in kort geding dat de methadonverstrekking in Groningen met onmiddellijke ingang werd hervat, stellende dat de beëindiging disproportioneel en onrechtmatig was. VNN verweerde zich met het aanvoeren van herhaald grensoverschrijdend gedrag van [A] en het wegvallen van de vertrouwensbasis die noodzakelijk is voor de behandeling.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het agressieve gedrag van [A] ernstige gevoelens van onveiligheid bij het personeel veroorzaakte en dat eerdere waarschuwingen en sancties niet tot gedragsverbetering hadden geleid. Ook werd erkend dat [A] niet uitsluitend op VNN was aangewezen voor methadonverstrekking.
Gelet op de ernst van de gedragingen en de impact op de veiligheid achtte de rechter de beëindiging van de behandelovereenkomst niet onrechtmatig of buitenproportioneel. De vorderingen van [A] werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wees de vorderingen af en oordeelde dat het beëindigen van de methadonverstrekking wegens agressief gedrag niet onrechtmatig was.