Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
in het geding tussen
[eiser],
wonende te [woonplaats],
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Leeuwarden,
gemachtigde [gemachtigde verweerder].
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser, ondernemer in computerverkoop en -reparatie, kocht en verbouwde een boerderij waarbij een warmtepomp werd geïnstalleerd die deels het privé- en deels het zakelijke deel verwarmt. Verweerder legde navorderingsaanslagen op voor 2007 en 2008 waarin investeringsaftrek en energie-investeringsaftrek op de warmtepomp werden gecorrigeerd.
De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift over 2007 en de vraag of de warmtepomp als bedrijfsmiddel voor investeringsaftrek kwalificeert. De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift tijdig was ingediend en ontvankelijk was, ondanks ontvangstverschil bij de Belastingdienst.
Inhoudelijk stelde de rechtbank vast dat de warmtepomp mede dient voor bewoning en daardoor onder de uitsluiting van investeringsaftrek valt voor 2007. Voor 2008 oordeelde de rechtbank dat de warmtepomp tot het keuzevermogen behoort en dat eiser redelijkerwijs mocht aannemen dat deze tot het ondernemingsvermogen behoort, waardoor afschrijving gerechtvaardigd is.
De rechtbank verklaarde het beroep over 2007 ongegrond en dat over 2008 gegrond, vernietigde het bezwaar en paste de aanslag voor 2008 aan. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Beroep over 2007 ongegrond, beroep over 2008 gegrond, navorderingsaanslag 2008 verminderd en proceskosten toegewezen.