Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding,
- de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid,
- de antwoordconclusie in het bevoegdheidsincident.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Delta Lloyd Schadeverzekering heeft een vordering ingesteld tegen Bouwbedrijf J. Kooi & Zonen B.V. wegens aansprakelijkheid voor brandschade aan een woning, waarvoor Delta Lloyd de schade aan de verzekerde had vergoed. Kooi beriep zich op een arbitragebeding uit de AVA 1992 dat geschillen tussen opdrachtgever en aannemer aan arbitrage toewijst, en vorderde dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart.
Delta Lloyd stelde zich op het standpunt dat zij als gesubrogeerde verzekeraar in de rechten van de consument is getreden en zich daarom kan beroepen op consumentenbescherming tegen oneerlijke bedingen, waardoor het arbitragebeding niet op haar van toepassing zou zijn. De rechtbank oordeelde dat subrogatie niet meebrengt dat Delta Lloyd de positie van consument overneemt en dat zij geen beroep kan doen op de consumentenbescherming uit Richtlijn 93/13/EEG.
De rechtbank concludeerde dat het arbitragebeding wel op Delta Lloyd van toepassing is en dat zij zich niet kan onttrekken aan arbitrage. Daarom verklaarde de rechtbank zich onbevoegd om van de vordering kennis te nemen en veroordeelde Delta Lloyd in de proceskosten van het incident en de hoofdzaak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd van de vordering van Delta Lloyd kennis te nemen wegens toepasselijk arbitragebeding.