Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De vaststaande feiten
2.Het geschil
3.De beoordeling
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het meer of anders gevorderde.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Partijen sloten op 1 oktober 2009 een verzekeringsovereenkomst met een looptijd van 228 maanden. De verzekerde wenste de verzekering per 1 maart 2011 te beëindigen, maar de kantonrechter stelde vast dat opzegging slechts jaarlijks met een opzegtermijn van een maand mogelijk was, waardoor de beëindiging per 1 oktober 2011 geldt.
De verzekeraar verhoogde per 1 september 2011 de premie en stelde de verzekerde hiervan op 22 augustus 2011 schriftelijk op de hoogte. De verzekerde maakte geen gebruik van het recht om binnen 30 dagen de premieverhoging te weigeren, waardoor hij gebonden is aan de nieuwe premie.
De kantonrechter veroordeelde de verzekerde tot betaling van de openstaande premies van januari tot en met september 2011, inclusief wettelijke rente, maar wees de vordering voor buitengerechtelijke incassokosten af wegens onvoldoende bewijs van werkzaamheden. De proceskosten werden aan de verzekerde opgelegd.
Uitkomst: De verzekeringsovereenkomst is rechtsgeldig beëindigd per 1 oktober 2011 en de verzekerde is gehouden tot betaling van de premies tot die datum inclusief de premieverhoging vanaf 1 september 2011.