Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
2.De feiten
- dat hij via een onbeveiligd draadloos netwerk gratis kon internetten en via deze verbinding sommige data op de harde schijf van de computer van [C] en [A] kon benaderen;
- dat hij langs deze weg op naaktfoto's van [A] was gestuit, die hij in een map op zijn eigen computer had geplaatst;
- dat het daarbij onder meer ging om 40 à 50 foto's van [A] die tijdens een vakantie zijn genomen en waarop zij is te zien in het water, in zee en nabij de vloedlijn;
- dat hij voorts een serie van zes foto's had aangetroffen van een soort striptease van [A] op een slaapkamer, waarbij zij uiteindelijk naakt op de foto staat en daarna op bed ligt;
- dat hij ook ongeveer 15 filmpjes van [A] had aangetroffen, die allemaal dezelfde scène betroffen, namelijk van [A] die naakt in bad ligt, en dat hij al deze filmpjes naar zijn computer heeft gekopieerd
- dat hij de foto's in een gedeelde map op MSN had gezet, waardoor bepaalde contactpersonen, die hij toestond in de gedeelde mappen te kijken, deze foto's konden bekijken en konden downloaden;
- dat hij uitsluitend een filmpje van [A] in bad op YouTube heeft gezet maar geen foto's;
- dat hij niet weet wie de foto's op internet heeft gezet.[B]
- dat hij het filmpje ongeveer negen à tien dagen vóór 19 november 2007 op YouTube heeft geplaatst;
- dat op 18 november 2007 de volgende reactie bij het filmpje was geplaatst: "Zou je het filmpje waar [X] op staat willen verwijderen. Vriendelijke groeten [C]";
- dat hij de foto's bij een aantal kennissen van hem in gedeelde mappen onder MSN had gezet en dat het zou kunnen dat deze het weer bij anderen in gedeelde mappen hebben gezet;
- dat hij zijn computer ook niet heeft beveiligd, omdat hij vindt dat iemand anders ook bij hem op internet mag;
- dat ook op deze wijze de foto's door anderen bij hem van de computer kunnen zijn gehaald;
- dat hij de foto's van een onbeveiligd draadloos netwerk afhaalde van een gedeelde harde schijf;
- dat hij het vermoeden heeft dat het de computer van [A] en [C] was, maar dat hij dit niet zeker weet.
Diagnose:mevr. [A] heeft door het digitale geweldsdelict last heeft van dissociatieve verschijnselen, die niet vreemd zijn aan slachtoffers van seksuele grensoverschrijdingen. Sinds zij in behandeling is, is het klachtenniveau verbeterd, hetgeen duidt op een gezonde veerkracht. Fysiek zijn er echter duidelijk chronische verschijnselen die verklaarbaar zijn vanuit wat bekend is in de psychoneuroimmunologie.
Primaire victimisatie:mevr. [A] is slachtoffer van herhaald digitaal seksueel geweld met alle emotionele en schendings- en angst-problemen (vergelijkbaar effecten bij herhaald fysiek seksueel geweldsslachtoffers). De intieme levenssfeer van mevr. [A] is niet alleen door de inbraak geschonden maar ook nog eens door deze publieke 'etalage' waarin zij werd gezet. Keer op keer wordt bij nieuwe uploads van deze foto's bij haar opnieuw machteloosheid teweeggebracht, wordt de intimiteit opnieuw geschonden. Ook is het vertrouwen in mensen beschadigd en wordt ook herhaald pijn en schaamte opgeroepen bij haar kinderen als 'hun moeder zo tentoongesteld wordt", de massa die haar uitlacht, etc.
3.De vordering
4.Het geschil en de beoordeling daarvan
[C]op deze datum aangifte heeft gedaan brengt immers niet vanzelfsprekend mee dat [A] op deze datum daadwerkelijk bekend was met de aansprakelijke persoon en de schade. Nu[B] overigens geen feiten heeft genoemd waarop gebaseerd kan worden dat de verjaringstermijn al vóór 7 november 2007 een aanvang heeft genomen, moet de slotsom luiden dat [A] door het uitbrengen van een dagvaarding op 7 november 2012 voor het einde van een lopende verjaringstermijn[B] in rechte heeft betrokken. Gelet hierop kan in het midden blijven wanneer de verjaringstermijn precies is ingegaan.[B]