Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
beschikking van de kinderrechter d.d. 6 februari 2014
verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
Procesverloop
Motivering
Beslissing
fn: 111)
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van vier minderjarige kinderen, allen met een buitenlandse nationaliteit, die sinds augustus 2013 in Nederland verblijven in pleeggezinnen. De moeder betwistte de bevoegdheid van de Nederlandse rechter, stellende dat de kinderen niet de Nederlandse nationaliteit hebben en dat de situatie in het buitenland voldoende veilig zou zijn.
De kinderrechter oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland op het moment van indiening van het verzoek, conform Verordening Brussel IIbis. De feitelijke omstandigheden, zoals schoolbezoek, taalbeheersing en integratie in pleeggezinnen, ondersteunen dit oordeel. De kinderrechter nam het belang van het kind als uitgangspunt.
De rapportages en verklaringen van pleegouders toonden aan dat de kinderen ernstig verwaarloosd waren bij binnenkomst en dat zij zich inmiddels goed ontwikkelen in Nederland. De situatie in het buitenland bleef onduidelijk en onvoldoende concreet, met twijfels over toezicht en veiligheid. De kinderrechter achtte verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van vier minderjarige kinderen wordt verlengd tot 7 augustus 2014 wegens onvoldoende waarborgen voor hun veiligheid en opvoeding in het buitenland.