ECLI:NL:RBNNE:2013:8312

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
14 juni 2013
Publicatiedatum
21 februari 2014
Zaaknummer
C-17-127194 - FJ RK 13-530
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot uithuisplaatsing wegens onveilige opvoedingssituatie en ambivalente houding ouders

De Stichting Bureau Jeugdzorg Friesland verzocht de kinderrechter om een machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige, geboren in de gemeente van geboorte, wegens ernstige zorgen over de veiligheid en opvoedingssituatie thuis. Vader heeft een belast verleden met meerdere veroordelingen voor zedendelicten en ontkent deze feiten, evenals het slachtofferschap van misbruik door zijn vader. Moeder is eveneens slachtoffer geweest van seksueel misbruik en beide ouders zijn cognitief beperkt.

Tijdens de ondertoezichtstelling trokken ouders hun toestemming voor het opvragen van informatie in en wisselden zij van hulpverleningsinstanties, waardoor de stichting geen volledig beeld kon krijgen van de thuissituatie. De stichting stelde dat de veiligheid van de minderjarige niet gewaarborgd kon worden en dat de ambivalente houding van de ouders samenwerking bemoeilijkte.

De kinderrechter oordeelde dat er sprake is van een wijziging in omstandigheden ten opzichte van een eerdere afwijzing van uithuisplaatsing, mede door het intrekken van akkoordverklaringen en het wisselen van hulpverlening zonder duidelijke reden. De huidige hulp en toezicht zijn onvoldoende en de veiligheid van de minderjarige kan thuis niet worden gegarandeerd. Daarom werd het verzoek tot uithuisplaatsing toegewezen voor de duur van de ondertoezichtstelling, met de mogelijkheid tot gezinsbehandeling onder strikte voorwaarden.

Uitkomst: Machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wegens onveilige thuissituatie en ambivalente houding van ouders.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie Leeuwarden
clusternummer: 9460
zaak-/rekestnummer: C/17/127194 / FJ RK 13-530

beschikking van de kinderrechter d.d. 14 juni 2013

machtiging uithuisplaatsing

inzake
het verzoekschrift van de Stichting Bureau Jeugdzorg Friesland, verder te noemen: de stichting,
met betrekking tot
de minderjarige:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in de gemeente [geboorteplaats].
De kinderrechter merkt naast de minderjarige als belanghebbenden aan:
vader: [de vader],
moeder: [de moeder], gezag.

Procesverloop

Bij beschikking van de kinderrechter is de ondertoezichtstelling uitgesproken ingaande 20 februari 2013 tot 20 februari 2014.
De stichting heeft op de in haar verzoekschrift gestelde gronden verzocht een machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige af te geven. Daarbij heeft zij overgelegd het plan van aanpak met daarin verwerkt een verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling.
Op 5 juni 2013 heeft de kinderrechter de zaak ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn daarbij:
namens de stichting: mevrouw M. Cohen,
mevrouw [de moeder], moeder,
de heer [de vader], beiden bijgestaan door hun advocaat mr. R. Tamourt.
Bij de stukken bevindt zich verder:
- een brief van mr. Tamourt van 3 juni 2013, met bijlagen,
- ingediend per fax op 3 juni 2013 door de stichting: diverse verslagen van Hoeve Boschoord, opgemaakt ten tijde van het verblijf van [de vader] op Hoeve Boschoord,
- overgelegd ter zitting door mr. Tamourt: een brief van 9 december 2011 van mevrouw drs. C.D. Weststrate, GZ-psycholoog, en een e-mail van 4 juni 2013 van mevrouw Y. Brilstra, intakefunctionaris van de GGZ te Beilen.
Motivering
Door de stichting is aangevoerd dat [de minderjarige] al sinds zijn geboorte in een zeer zorgelijke situatie bij zijn ouders verblijft. Vader is meerdere keren veroordeeld wegens ontucht met minderjarigen. Hij heeft jarenlang in Hoeve Boschoord verbleven, waar hij intensief is behandeld. Vader heeft zelf een belast verleden. Hij is misbruikt door zijn eigen vader, de opa van [de minderjarige], met wie er ook nu nog regelmatig contact is. Vader ontkent nu zelf misbruikt te zijn, ook ontkent hij dader te zijn. Ook de moeder van [de minderjarige] is in haar jeugd slachtoffer geweest van seksueel misbruik. Daarnaast is van beide ouders bekend dat zij cognitief beperkt zijn.
Het is de stichting gedurende de ondertoezichtstelling niet gelukt om bij alle betrokkenen informatie te krijgen om de ondertoezichtstelling op de juiste wijze te kunnen uitvoeren. Ouders hebben de akkoordverklaringen waarmee zij toestemming gaven tot het opvragen van de informatie, ingetrokken. Hierdoor kan de stichting niet de informatie opvragen bij Justitie, waaruit volgens de raadsrapportage blijkt, dat vader drie keer is veroordeeld voor een zedendelict. Daar komt bij dat ouders wisselen van hulpverleningsinstanties, waardoor de stichting ook op die manier geen goed beeld krijgt van de thuissituatie bij ouders. De stichting stelt voorts dat de computer van vader onlangs in beslag genomen is vanwege een aangifte op het gebied van een zedendelict. Vader heeft weliswaar aangegeven dat de computer door anderen is gebruikt, maar de computer is op dit moment in onderzoek. Toen de medewerkster van "Wij! maatschappelijke dienstverlening" hier kritische vragen over ging stellen, zijn ouders overgestapt op een andere hulporganisatie. "Wij!" kon voldoende uren hulp beschikbaar stellen, maar het lukte niet om doelen te stellen. De medewerkster van "Wij!" wist niet eens dat er geen gebruik meer werd gemaakt van haar hulp, zo stelt de stichting.
Betreffende het verzoek van ouders om in Beilen een gezinsbehandeling te mogen volgen, stelt de stichting dat hiervoor een wachtlijst is. Bovendien zal er in het geval ouders voor behandeling in aanmerking komen gedurende de weekenden in de thuissituatie, 24-uurs toezicht nodig zijn. De stichting staat niet op voorhand afwijzend tegen een behandeling in Beilen, maar vraagt zich af hoe in de tussenliggende periode de veiligheid van [de minderjarige] gewaarborgd moet worden.
De stichting heeft een risicotaxatie opgemaakt. Hierbij maken de volgende omstandigheden: het ontuchtverleden van vader zelf, van opa (vz), het ontkennen door beide ouders van hun eigen slachtofferschap van misbruik, de ambivalente houding van ouders in de samenwerking met de stichting en daarbij het ontbreken van essentiële informatie, dat de veiligheid van [de minderjarige] in de thuissituatie bij ouders door de stichting niet gewaarborgd kan worden.
Namens en door vader is aangevoerd dat hij ontkent dat hij zelf is verwaarloosd of misbruikt door zijn vader. Vader stelt dat zijn stiefmoeder boos was op zijn vader en hem een valse aangifte heeft laten doen. Vader ontkent dat hij drie keer is veroordeeld voor een zedendelict. Hij heeft, na een korte periode van gedwongen behandeling, op vrijwillige basis bij Hoeve Boschoord behandeling ondergaan. Vader stelt verder dat moeder en hij graag voor gezinsbehandeling naar de GGZ in Beilen willen. Door GGZ Beilen is aangegeven dat zij niet op voorhand het verzoek van ouders afwijzen. Vader betwist dat hij van hulporganisatie is veranderd omdat de hulpverleenster kritische vragen ging stellen over de inbeslaggenomen computer. Volgens hem kon de hulporganisatie "Wij! maatschappelijke dienstverlening" niet bieden wat nodig was. De organisatie Panta Rhei kan dat wel, er komt iemand tweemaal per week gedurende maximaal 3 uur. Vader verzoek tot afwijzing van het verzoek van de stichting
Moeder heeft aangegeven dat het heel goed gaat met [de minderjarige]. Moeder kijkt niet naar het verleden van vader maar naar het heden. Zij stelt dat vader geen alcohol gebruikt. Moeder gaat bij vader weg als hij dat wel doet.
Op grond van de verkregen inlichtingen is de kinderrechter van oordeel dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De kinderrechter overweegt als volgt.
Op 20 februari 2013 heeft de kinderrechter het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming, hierna de raad, tot uithuisplaatsing van de toen nog ongeboren [de minderjarige] afgewezen. De kinderrechter oordeelde dat ouders hulp hadden, deels door hen zelf ingeschakeld, zodat er veel ogen meekeken en er ingegrepen kon worden zodra dat nodig was.
De stichting heeft haar verzoek tot uithuisplaatsing van de inmiddels geboren [de minderjarige] op dezelfde gronden gebaseerd. Daarbij heeft de stichting verder aangevoerd dat ouders wisselen van hulpverlening, waardoor er onvoldoende zicht is op de thuissituatie en dat ouders hun akkoordverklaring hebben ingetrokken, waardoor de stichting geen verdere informatie kan inwinnen over vader en de thuissituatie van ouders. Dit is naar het oordeel van de kinderrechter een wijziging in de omstandigheden, waarvan ten tijde van de voorgaande afwijzende beschikking werd uitgegaan. De kinderrechter acht het zorgelijk, dat ouders buiten medeweten van de stichting van hulporganisatie zijn veranderd, zonder dat daarvoor een duidelijke, toetsbare reden voor is aangevoerd. Uit deze handelwijze van ouders blijkt dat zij de ernst van de zorgen en de absolute noodzaak van voldoende zicht op hun thuissituatie niet inzien. De huidige frequentie van hulp en toezicht acht de kinderrechter overigens ruim onvoldoende.
Alles overwegende is de kinderrechter van oordeel dat het door de ambivalente houding van ouders ten opzichte van de samenwerking met de stichting, voor de stichting onmogelijk is om een goed beeld te krijgen van de opvoedingssituatie van [de minderjarige]. Daarbij is ter zitting gebleken dat vader de belastende gebeurtenissen uit het verleden ontkent en ook moeder de ernst van de problematiek niet lijkt in te zien. Deze omstandigheden maken dat de stichting de veiligheid van [de minderjarige] thuis niet kan waarborgen, wat wel haar taak is. De kinderrechter zal daarom het verzoek toewijzen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
Indien de stichting daar aanleiding toe ziet, zou zij een traject in de gezinskliniek van Beilen kunnen overwegen. Daartoe is echter wel noodzakelijk dat voor intake openheid wordt verschaft over het justitiële verleden van vader.

Beslissing

De kinderrechter:
verleent machtiging tot plaatsing van de minderjarige
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in de gemeente [geboorteplaats] in een voorziening voor pleegzorg ingaande heden tot 20 februari 2014;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. van der Hoeven, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juni 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.
(
fn: 315)
Van deze beschikking kan binnen 3 maanden hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden. Indien u in deze procedure bent verschenen start deze termijn op de dag van de uitspraak. Als u niet in de procedure bent verschenen kan de termijn op een latere datum beginnen. Volgens de wet bent u verplicht om voor het instellen van hoger beroep een advocaat in te schakelen. In verband met de beperkte termijn dient u zo spoedig mogelijk contact met uw/een advocaat op te nemen!
De griffier