ECLI:NL:RBNNE:2013:8315

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
22 november 2013
Publicatiedatum
3 maart 2014
Zaaknummer
113996 - FA RK 11-1265
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator in omgangszaken ter bescherming belangen minderjarige

In deze zaak staat de omgangsregeling tussen een minderjarige en zijn vader centraal. De rechtbank had eerder een zorgregeling vastgesteld waarbij de minderjarige bij de vader verbleef volgens een bepaald schema. Er was sprake van spanningen rondom de omgang, waarbij de vader de huidige regeling wilde handhaven en de moeder dit betwistte.

De kinderrechter besloot dat het vanwege de jonge leeftijd van de minderjarige niet passend was hem zelf te horen. Wel werd ambtshalve een bijzondere curator benoemd om de belangen van het kind te vertegenwoordigen. Deze curator krijgt de opdracht om de mening van de minderjarige en zijn belang bij de huidige en verzochte omgangsregeling te onderzoeken en hierover te rapporteren.

De benoeming van de bijzondere curator is gebaseerd op artikel 1:250 BW Pro en het adviesrapport van de Kinderombudsman dat de rechtsbescherming van minderjarigen in omgangszaken versterking behoeft. De bijzondere curator zal bemiddelen en de stem van het kind naar voren brengen. De rechtbank stelt een termijn voor het indienen van het verslag en houdt verdere beslissingen aan tot de zitting met gesloten deuren.

Uitkomst: De kinderrechter benoemt ambtshalve een bijzondere curator om de belangen van de minderjarige in de omgangsregeling te behartigen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaak-/rekestnummer: C/17/130629 / FJ RK 13-1206
beschikking benoeming bijzondere curator d.d. 22 november 2013
inzake
Het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering,
gevestigd te Leeuwarden,
hierna ook te noemen de uitvoerder,
belanghebbenden:
1. mevrouw [de moeder],
wonende te [woonplaats A],
hierna ook te noemen de moeder,

2 de heer [de vader],

wonende te [woonplaats B],
hierna ook te noemen de vader.

1.Procesverloop

1.1.
Bij beschikking van 21 maart 2012 heeft de rechtbank beslist dat er een zorgregeling geldt waarbij de minderjarige [de minderjarige], geboren te [gemeente X] op [geboortedatum], bij de vader verblijft gedurende één weekend per twee weken van zaterdag 12.00 uur tot zondag 17.00 uur, totdat hij zijn zwemdiploma A heeft gehaald, en daarna één weekend per twee weken van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur. Bij Kort Geding vonnis van 7 november 2012 is de moeder veroordeeld tot nakoming op straffe van verbeurte van een dwangsom.
1.2.
Bij beschikking van de kinderrechter van 4 januari 2013 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld voor de duur van één jaar.
1.3.
Bij beschikking van 5 juni 2013 is het verzoek van de vader tot wijziging van de zorgregeling, alsmede om partijen te belasten met het gezamenlijk gezag, afgewezen.
1.4.
Bij verzoekschrift van 28 oktober 2013, binnengekomen bij de kinderrechter op 7 november 2013, heeft de uitvoerder verzocht de bestaande omgangsregeling tussen de vader en de [de minderjarige] te wijzigen in een door de uitvoerder in het verzoekschrift nader omschreven omgangsregeling. De uitvoerder heeft hierbij aangegeven dat [de minderjarige] heel graag met de kinderrechter wil spreken en dat de uitvoerder en moeder hem in staat achten dat gesprek aan te gaan.

2.Motivering

2.1.
De kinderrechter is van oordeel dat het niet in het belang is van [de minderjarige] om hem, gelet op zijn - erg - jonge leeftijd, door de kinderrechter te laten horen. Wel ziet de kinderrechter aanleiding om ambtshalve een bijzondere curator te benoemen. De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt.
2.2.
Bij de beantwoording van de vraag of de benoeming van een bijzondere curator is aangewezen, zal het belang van de minderjarige de eerste overweging voor de kinderrechter moeten vormen. De benoeming van een bijzondere curator dient echter niet plaats te vinden met als doel in het algemeen de belangen van de minderjarige te beschermen. De rechter heeft bij beantwoording van die vraag een grote mate van beoordelingsvrijheid (HR 23-11-2012, LJN BY3968). Uit de parlementaire geschiedenis van artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek volgt dat met de herziening van het artikel is beoogd de benoeming van een bijzondere curator in scheidings- en omgangszaken te bevorderen. In dergelijke zaken kan een bijzondere curator een bemiddelende rol in een procedure vervullen en de stem van het kind naar voren brengen. Tevens valt uit het op 5 juli 2012 gepubliceerde adviesrapport van de kinderombudsman “over de waarborging van de stem en de belangen van kinderen in de praktijk” af te leiden dat in veel gevallen de rechtsbescherming van minderjarigen nog steeds versterking behoeft en dat het inschakelen van een bijzondere curator daaraan kan bijdragen.
2.3.
Uit de overgelegde stukken blijkt dat sprake is van zeer uiteenlopende opvattingen over de frequentie en duur van de omgang tussen [de minderjarige] en zijn vader. De vader wil in tegenstelling tot de moeder de huidige regeling handhaven, terwijl [de minderjarige] veel spanningen ervaart rond de omgang. De kinderrechter acht het in het belang van [de minderjarige] dat een onafhankelijke persoon zijn belangen vertegenwoordigt. De kinderrechter zal daartoe ambtshalve een bijzondere curator benoemen ex artikel 1:250 BW Pro met als opdracht de mening van [de minderjarige] over en het belang van [de minderjarige] bij de huidige en de nu verzochte omgangsregeling te onderzoeken en de kinderrechter hierover te rapporteren.
2.4.
Mr. J. Oosterhof heeft zich bereid verklaard de benoeming te aanvaarden.
2.5.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

3.Beslissing

De kinderrechter:
3.1.
benoemt tot bijzondere curator:
mw. mr. J. Oosterhof,
kantoorhoudende te Heerenveen,
K.R. Poststraat 80
8441 ER Heerenveen
3.2.
bepaalt dat de bijzondere curator
uiterlijk vrijdag 13 december 2013een schriftelijk verslag van bevindingen ter griffie van de rechtbank indiend;
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan tot aan de zitting met gesloten deuren van
18 december 2013 om 13.15 uur.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.S. van der Kuijl, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 november 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.