ECLI:NL:RBNNE:2013:8370
Rechtbank Noord-Nederland
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen erkenning en tenuitvoerlegging Roemeense confiscatiebeslissing
De veroordeelde stelde beroep in tegen de beslissing tot erkenning en tenuitvoerlegging van een in Roemenië opgelegde confiscatie van €10.625,00. De rechtbank Noord-Nederland behandelde dit beroep op grond van artikel 27 van Pro de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie (WWETGC).
De raadsman voerde aan dat de erkenning had moeten worden geweigerd op grond van het gelijkheidsbeginsel, omdat de zaak in Roemenië anders zou zijn behandeld dan vergelijkbare Nederlandse zaken. Hij noemde drie gronden: betaling van diverse geldbedragen door veroordeelde voor de strafzaak, het niet verrekenen van gemaakte kosten met het te ontnemen bedrag, en het niet verzoeken om erkenning van een confiscatiebeslissing tegen een medeverdachte.
De rechtbank oordeelde dat deze gronden niet zien op de wijze van afdoening maar op de inhoud van de buitenlandse beslissing, waar de officier van justitie en rechtbank niet in mogen treden. Ook het niet overdragen van beslissingen over andere personen raakt het gelijkheidsbeginsel niet. De rechtbank concludeerde dat de officier van justitie in redelijkheid tot zijn beslissing tot erkenning heeft kunnen komen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van de Roemeense confiscatiebeslissing wordt ongegrond verklaard.