In deze kortgedingprocedure vordert MyTi Werkmaatschappij B.V. dat Wizzix B.V. wordt veroordeeld tot het nakomen van haar financieringsverplichting uit het vennootschapscontract, met name het verstrekken van een achtergestelde lening van €150.000 tegen 5,5% rente aan de vennootschap onder firma (VOF). MyTi stelt dat Wizzix tekortschiet in haar verplichtingen en dat ook openstaande managementfees betaald moeten worden.
Wizzix voert verweer en stelt onder meer dat de financieringsverplichting niet onvoorwaardelijk is, dat MyTi onrechtmatig gelden heeft onttrokken aan de VOF en dat zij de overeenkomsten in een bodemprocedure wil laten vernietigen wegens dwaling. De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering tot nakoming van de financieringsverplichting toewijsbaar is, omdat het vennootschapscontract duidelijk bepaalt dat Wizzix moet zorgen voor noodzakelijke financiering bij onvoldoende liquiditeit.
De stelling dat de financieringsverplichting beperkt zou zijn tot de ontwikkeling van software wordt verworpen, evenals het verweer dat Wizzix haar verplichting mag opschorten wegens onrechtmatige onttrekking van gelden door MyTi. De vordering tot betaling van openstaande managementfees wordt afgewezen omdat deze niet rechtstreeks door MyTi kan worden gevorderd en omdat de betrokken vennootschap niet partij is in het geding.
De tegenvordering van Wizzix tot terugbetaling van opgenomen gelden wordt eveneens afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Wizzix wordt veroordeeld tot het verstrekken van de lening binnen veertien dagen en tot betaling van een dwangsom bij niet-nakoming. Tevens wordt Wizzix veroordeeld in de proceskosten.