ECLI:NL:RBNNE:2013:BY8197
Rechtbank Noord-Nederland
- Kort geding
- W.J.A.M. Dijkers
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt heraanbesteding ongewijzigde ICT-opdrachten ondanks procedurele tekortkomingen
De gemeente Groningen startte op 10 augustus 2012 een Europese openbare aanbestedingsprocedure voor ICT-hardware en gerelateerde dienstverlening, verdeeld over percelen A en B. Diverse inschrijvers, waaronder B & C B.V., stelden vragen over de beoordelingssystematiek, met name over het subgunningscriterium 'Mark-Up percentage'. De beoordelingscriteria bleken onduidelijk en leidden tot interpretatieverschillen, waardoor de gemeente de eerste aanbesteding op 12 oktober 2012 introk en een tweede procedure aankondigde met een licht gewijzigde formulering.
B & C stelde zich op het standpunt dat de heraanbesteding van dezelfde, inhoudelijk ongewijzigde opdracht niet was toegestaan en verzocht de rechtbank de tweede procedure te schorsen en te staken. De gemeente verweerde zich met het argument dat het staken van een aanbesteding is toegestaan en dat de tweede procedure een wezenlijke wijziging in de gunningscriteria bevatte, waardoor het risico op manipulatie werd beperkt.
De voorzieningenrechter constateerde dat het beoordelingscriterium in de eerste procedure onduidelijk was en dat de gemeente pas na ontvangst van de inschrijvingen besefte dat het systeem ondeugdelijk was. De rechtbank oordeelde dat de gemeente bevoegd was de eerste procedure te staken en de tweede te starten, ook al betrof het inhoudelijk dezelfde opdracht. Het belang van de gemeente bij voortzetting woog zwaarder dan het immateriële belang van B & C. De vordering tot staking werd daarom afgewezen, maar de gemeente werd veroordeeld in de proceskosten vanwege haar tekortschieten in de aanbestedingsprocedure.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot staking van de tweede aanbestedingsprocedure af en veroordeelt de gemeente in de proceskosten.