Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ0103

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
30 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C-17-123515 - HA ZA 12-352
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 122 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling vordering tot verificatie in wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen

In deze zaak stond de verificatie van een vordering van €400.000, ingediend door een buitenlandse rechtspersoon, centraal binnen de wettelijke schuldsaneringsregeling van twee natuurlijke personen. Tijdens de verificatievergadering betwistte de bewindvoerder de vordering, waarna partijen werden verwezen naar een renvooiprocedure.

De bewindvoerder trok later de betwisting in, waarna eiseres primair verstek vorderde en subsidiair de erkenning van haar vordering tot €400.000 op de lijst van erkende schuldeisers. De rechtbank besloot de akte van eiseres als conclusie van eis te beschouwen en oordeelde dat artikel 122 Faillissementswet Pro geen grondslag biedt voor toelating tot de lijst van schuldeisers.

De rechtbank erkende de vordering van eiseres op grond van artikel 122 lid 3 Faillissementswet Pro als niet weersproken en op de wet gegrond. De bewindvoerder werd veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van eiseres werden begroot op €1.027. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: De vordering tot toelating tot de lijst van erkende schuldeisers wordt afgewezen, maar de vordering tot erkenning van €400.000 wordt toegewezen.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling privaatrecht
Locatie Leeuwarden
zaaknummer / rolnummer: C/17/123515 / HA ZA 12-352
Vonnis van 30 januari 2013
in de zaak van
de rechtspersoon naar buitenlands recht
[eiseres],
gevestigd te [plaats] (Duitsland),
eiseres tot verificatie,
hierna ook te noemen [eiseres],
advocaat mr. C.H.J. van der Maas te Haren,
tegen
[Q], in zijn hoedanigheid van bewindvoerder in de wettelijke schuldsaneringsregeling van [A] en [B],
zaakdoende te [plaatsnaam],
verweerder tot verificatie,
hierna ook te noemen de bewindvoerder.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het proces-verbaal van de verificatievergadering in de wettelijke schuldsaneringsregeling van [A] en [B] de dato 8 november 2012
- de beslissing van de rechter-commissaris tot verwijzing van partijen naar de renvooiprocedure
- de brief gedateerd 17 december 2012 van de bewindvoerder
- de akte van eiseres tot verificatie.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De beoordeling
2.1. Tijdens de op 8 november 2012 gehouden verificatievergadering heeft de bewindvoerder de door [eiseres] ingediende vordering betwist. De rechter-commissaris heeft tussen [eiseres] en de bewindvoerder geen minnelijke regeling kunnen bewerkstelligen, waarna partijen op voet van artikel 122 van Pro de Faillissementswet (hierna Fw) zijn verwezen naar de rol van 19 december 2012 voor een renvooiprocedure.
Op 17 december 2012 heeft de bewindvoerder laten weten de betwisting van de door [eiseres] ingediende vordering in te trekken.
Bij akte ter rolle van 16 januari 2013 heeft [eiseres] gevorderd:
- primair verstek te verlenen tegen de bewindvoerder en de procedure aan te houden voor conclusie van eis in de renvooiprocedure,
- subsidiair (voor het geval de rechtbank uit doelmatigheid de akte van eiseres aan zou merken als een conclusie van eis) de vordering van eiseres toe te wijzen door [eisers] alsnog met een bedrag van € 400.000,00 toe te laten tot de lijst van erkende schuldeisers in de wettelijke schuldsaneringsregeling van [A] en [B], zulks met veroordeling van de bewindvoerder in de kosten van de renvooiprocedure.
2.2. De rechtbank zal uit het oogpunt van doelmatigheid de akte van eiseres aanmerken als conclusie van eis en derhalve beslissen op de subsidiaire vordering van [eiseres].
2.3. De vordering om [eiseres] toe te laten tot de lijst van erkende schuldeisers, zal worden afgewezen, nu artikel 122 Fw Pro daarvoor geen grondslag biedt. De rechtbank zal de vordering aldus begrijpen dat gevorderd wordt de vordering van [eiseres] te erkennen op grond van het bepaalde in artikel 122 lid 3 Fw Pro en deze vordering als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.
2.4. De bewindvoerder zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:
- griffierecht € 575,00
- salaris advocaat - 452,00 (1,0 punt × tarief € 452,00)
Totaal € 1.027,00.
3. De beslissing
De rechtbank
3.1. erkent de vordering van [eiseres] in de wettelijke schuldsaneringsregeling van [A] en [B] tot een bedrag van € 400.000,00,
3.2. veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 1.027,00,
3.3. wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Biesma en in het openbaar uitgesproken bij vervroeging op 30 januari 2013.?