ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ0190
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot verklaring derdenbeslag en vaststelling redelijke vergoeding meewerkende echtgenoot in onderneming
In deze civiele procedure vordert [A] dat [B] een gerechtelijke verklaring derdenbeslag aflegt over de meewerkvergoeding van [C], die chef-kok is in het restaurant van [B]. [A] betwist de door [B] afgelegde verklaring, omdat de meewerkvergoeding van €15.000 niet als een redelijke vergoeding wordt beschouwd en onvoldoende onderbouwd is.
De rechtbank oordeelt dat de verklaring derdenbeslag van [B] voldoende feitelijke gegevens bevat en niet onjuist of onvolledig is. De meewerkvergoeding is opgenomen in de jaarrekening en de accountant bevestigt de fiscale grondslag. [A] heeft onvoldoende bewijs geleverd voor haar stellingen over rekening-courantverhoudingen of privé-onttrekkingen.
Echter, de rechtbank stelt vast dat op grond van artikel 479a Rv een redelijke vergoeding voor de werkzaamheden van [C] moet worden vastgesteld, omdat feitelijk geen salaris wordt uitbetaald en daarmee verhaal voor de schuldeiser wordt belemmerd. De zaak wordt aangehouden voor nadere informatie en reactie van [B] over de redelijke vergoeding.
De rechtbank wijst het ontvankelijkheidsverweer van [B] af en oordeelt dat de vorderingen van [A] niet geheel duidelijk zijn, maar wel begrijpelijk. De verdere beslissing wordt aangehouden en de zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor nadere uitlatingen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot het afleggen van een gerechtelijke verklaring af, maar houdt de zaak aan voor nadere vaststelling van een redelijke vergoeding op grond van artikel 479a Rv.