ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ0876
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot tussenkomst in vrijwaringszaak wegens procedurefout
In deze procedure vordert [B] als tussenkomende partij toegelaten te worden in de hoofdzaak tussen [C] en [A]. [B] startte echter een incidentele procedure tot tussenkomst in de vrijwaringszaak, terwijl dit verzoek in de hoofdzaak had moeten worden ingebracht. [A] voert verweer en betoogt dat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 217 Rv Pro een ieder die belang heeft bij een geding zich kan voegen of tussenkomen, en dat volgens artikel 218 Rv Pro de vordering tot tussenkomst bij incidentele conclusie vóór of op de roldatum van de laatste conclusie in het aanhangige geding moet worden ingesteld. Omdat [B] het incident tot tussenkomst in een aparte procedure heeft opgeworpen, is [C], eiseres in de hoofdzaak, niet in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten, wat haar belangen schaadt.
De rechtbank verklaart daarom het verzoek van [B] niet-ontvankelijk en veroordeelt hem in de kosten van het incident, begroot op € 452,- ten gunste van [A]. Tevens wordt bepaald dat de hoofdzaak op 20 februari 2013 zal worden behandeld voor beraad rolrechter over het bepalen van een comparitie, waarbij verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Verzoek tot tussenkomst van [B] wordt niet-ontvankelijk verklaard en hij wordt veroordeeld in de kosten van het incident.