ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ2355
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ontheffing rapen kievitseieren in Fryslân
De Bond van Friese Vogelbeschermingswachten (BFVW) kreeg van gedeputeerde staten van Fryslân een ontheffing voor het rapen van maximaal 6.307 kievitseieren gedurende drie jaar. Stichting De Faunabescherming betwistte deze ontheffing en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de ontheffing getoetst moest worden aan artikel 9 van Pro de Vogelrichtlijn, waarbij het aantal geraapte eieren beperkt moet blijven tot 'kleine hoeveelheden' en de kievitenpopulatie op een bevredigend niveau gehandhaafd moet worden. Uit gegevens van SOVON en het weidevogelmeetnet bleek dat de populatie in Fryslân sinds 1996 een matige afname kende, maar niet zodanig ongunstig was dat de ontheffing niet verleend kon worden. De vermeende versnelde afname en het ontbreken van 2012-cijfers bij de besluitvorming werden niet doorslaggevend geacht.
Het rekenmodel van Musters, dat het maximale aantal te rapen eieren berekende binnen het 1%-criterium van de jaarlijkse sterfte, werd als wetenschappelijk verantwoord beschouwd. De stellingen van verzoekster dat het model verouderd is en het voorzorgsbeginsel een ontheffing in de weg staat, werden verworpen. De voorzieningenrechter concludeerde dat de ontheffing voldoet aan de Vogelrichtlijn en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ontheffing voor het rapen van kievitseieren in Fryslân wordt afgewezen.