ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ2405
Rechtbank Noord-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek na afwijzing aanhoudingsverzoek door meervoudige kamer
In deze zaak heeft de raadsman van de verdachte een wrakingsverzoek ingediend tegen de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland, nadat deze kamer het verzoek tot aanhouding van de zaak had afgewezen. De verdediging stelde dat door de afwijzing het verdedigingsbelang was geschaad en dat de beslissing onvoldoende was gemotiveerd.
De rechtbank oordeelde dat de wraking ontvankelijk was, maar dat het uitgangspunt is dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. De afwijzing van het aanhoudingsverzoek door de meervoudige kamer vormt op zichzelf geen grond voor wraking. Ook het e-mailcontact tussen de kamer en het Openbaar Ministerie gaf geen aanleiding tot twijfel over onpartijdigheid.
Verder overwoog de rechtbank dat een gebrek aan motivering van de beslissing geen grond is voor wraking, maar kan worden beoordeeld in hoger beroep. Gezien het ontbreken van feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid aantasten, werd het wrakingsverzoek afgewezen en de zaak voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de meervoudige kamer wordt afgewezen en de zaak wordt voortgezet.