ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ2651
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J.A.M. Dijkers
- Rechtspraak.nl
Vordering tot schadevergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking na verbouwing woning
Gedaagde kocht een perceel met sloopwoning en wilde deze zelf afbouwen. Na het aangaan van een relatie met eiseres' dochter ontstond de wens om het huis versneld te voltooien. De vader van eiseres stelde via zijn BV financiële middelen beschikbaar waarmee professionals de afbouw uitvoerden. Na het vertrek van de vriendin eiste de BV terugbetaling van de investeringen, primair als lening, subsidiair op grond van ongerechtvaardigde verrijking en zaakwaarneming.
De rechtbank verwierp het bestaan van een leningsovereenkomst en zaakwaarneming, maar nam ongerechtvaardigde verrijking aan omdat het profijt van de investeringen onbedoeld geheel aan gedaagde was toegevallen. Gelet op bijzondere omstandigheden achtte de rechtbank een schadevergoeding van 40% van de investeringen redelijk.
De exacte omvang van de investeringen werd nog betwist, waarna de rechtbank bepaalde dat gedaagde eerst de erkende en betwiste posten moet opgeven, waarna de BV kan reageren. Gezien het financiële onvermogen van gedaagde kan de betaling mogelijk worden opgeschort onder het stellen van hypothecaire zekerheid. De verdere procedure wordt aangehouden voor nadere afwikkeling.
Uitkomst: Gedaagde moet 40% van de investeringen in zijn woning vergoeden wegens ongerechtvaardigde verrijking, met nadere procedure voor vaststelling van de exacte bedragen en betalingsmodaliteiten.