ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ3271
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.H.A. Fransen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vervolging wegens frustreren omgangsregeling tussen ouders
De zaak betreft een strafrechtelijke procedure tegen een moeder die wordt beschuldigd van het onttrekken van haar minderjarige kinderen aan het wettig gezag van de vader door de omgangsregeling niet na te leven. De tenlastelegging betreft de periode van augustus tot oktober 2012, waarin de moeder de kinderen niet aan de vader heeft meegegeven in strijd met rechterlijke beschikking.
Tijdens de zitting heeft de politierechter vastgesteld dat de omgangsregeling reeds door civielrechtelijke dwangmaatregelen kan worden afgedwongen en dat de strafrechter pas in het uiterste geval moet ingrijpen. De politierechter oordeelt dat artikel 279 Sr Pro niet bedoeld is voor situaties waarin nog civielrechtelijke middelen beschikbaar zijn.
De officier van justitie had een voorwaardelijke gevangenisstraf en een civiele schadevergoeding geëist, maar de politierechter verklaart het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk in de vervolging. Tevens wordt de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaard in zijn vordering, omdat deze civielrechtelijk moet worden afgedwongen.
De rechter benadrukt het belang van het oplossen van omgangsgeschillen via civiele procedures en het belang van het kind, en betreurt de onderlinge strijd tussen de ouders die het welzijn van de kinderen schaadt.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens het frustreren van de omgangsregeling.