ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ3313
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.Th.M. Zwart-Sneek
- Rechtspraak.nl
Toekenning pensioenaanspraken ondanks niet-afgedragen premies bij verplichtgesteld pensioenfonds
Eiser [A] vordert toekenning van pensioenaanspraken over de periode 26 februari 1972 tot en met 31 december 1992 bij BPF Meubel, een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds voor de meubelindustrie. [A] was in die periode werkzaam als stoffeerder bij de woninginrichtingfirma [Q], die niet bij BPF Meubel was aangesloten en hem niet had aangemeld. BPF Meubel had uit coulance pensioen toegekend over 1 juli 1991 tot 30 juni 1992, maar weigerde verder pensioen toe te kennen omdat geen premie was afgedragen.
De kantonrechter stelt vast dat stoffeerder als ambachtelijk personeel onder de verplichtstelling van BPF Meubel viel tot 1 januari 1993. Ondanks dat [A] niet was aangemeld en er geen premieafdracht was, oordeelt de rechter dat het uitgangspunt 'geen premie, geen recht' niet geldt voor verplichtgestelde pensioenfondsen. Dit volgt uit de parlementaire geschiedenis van de Pensioenwet en de Wet Bpf 2000, die beogen werknemers te beschermen tegen nalatigheid van werkgevers.
BPF Meubel kon geen bewijs leveren van boos opzet van [A] of andere uitzonderlijke omstandigheden. De vordering tot pensioen toe te kennen wordt daarom toegewezen. Tevens worden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten aan de zijde van [A] toegewezen. De subsidiaire vorderingen jegens PF Wonen en de erfgenamen van [Q] blijven onbesproken. [A] wordt veroordeeld in de kosten van PF Wonen en de erfgenamen wegens onterechte betrokkenheid in de procedure.
Uitkomst: BPF Meubel wordt veroordeeld tot toekenning van pensioenaanspraken over 1972-1992 ondanks niet-afgedragen premies.