ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ5002
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Werkema
- S.B. van Baalen
- M. Sanna
- Rechtspraak.nl
Opzegging renteswapovereenkomst en zorgplicht bank bij verhoging individuele opslag euriborlening
FMA sloot in 2005 met ABN AMRO, de rechtsvoorganger van Deutsche Bank Nederland N.V., een kredietovereenkomst en een renteswapovereenkomst voor de financiering van een kantoorpand. De renteswap diende de rentelast te fixeren op 4,1%, terwijl de lening een variabele individuele opslag kende. In 2010 verhoogde de bank de individuele opslag van 0,8% naar 2,25%, wat leidde tot een geschil over de zorgplicht van de bank en de gevolgen voor de renteswap.
FMA stelde dat zij onvoldoende was geïnformeerd over de risico's van de swap en dat de bank onrechtmatig handelde door de opslag eenzijdig en fors te verhogen. De bank betwistte dit en stelde dat de algemene voorwaarden en de kredietovereenkomst deze bevoegdheid gaven. De rechtbank oordeelde dat de bank weliswaar bevoegd was de opslag te verhogen, maar daarbij onvoldoende rekening hield met de financiële positie van FMA en haar belangen, wat een schending van de zorgplicht opleverde.
De rechtbank erkende de samenhang tussen de lening en de swap, waardoor de opzeggingsbevoegdheid van FMA beperkt werd door de schadeplichtigheid bij voortijdige beëindiging van de swap. Gelet op de wederzijdse verwijten en de zorgplicht van de bank, wees de rechtbank de schadevergoeding toe tot 30% van de door de bank gevorderde schade. De overige vorderingen van FMA in reconventie werden afgewezen. De proceskosten werden verdeeld, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: FMA is veroordeeld tot betaling van 30% van de door de bank gevorderde schadevergoeding wegens voortijdige beëindiging van de renteswapovereenkomst.