ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ6631
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering toevoegingsaanvragen familieleden in procedures op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet 2000
Eiseres en haar zoon hebben toevoegingsaanvragen ingediend in procedures op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, gericht op het voorkomen van hun uitzetting. De toevoegingsaanvragen werden afgewezen door verweerder, omdat reeds aan de echtgenoot van eiseres toevoegingen waren verleend voor hetzelfde rechtsbelang.
De rechtbank overwoog dat het beleid van verweerder, waarbij in beginsel één toevoeging per gezin wordt verstrekt tenzij sprake is van gescheiden rechtsbelangen, niet onredelijk is. De rechtbank stelde vast dat het rechtsbelang van eiseres en haar zoon hetzelfde is als dat van de echtgenoot, namelijk het voorkomen van uitzetting.
Hoewel eiseres, haar echtgenoot en zoon elk hun eigen medische klachten hebben, is dit onvoldoende om te spreken van verschillende rechtsbelangen. Ook het feit dat de beroepen afzonderlijk zijn behandeld en dat het beroep van eiseres gegrond werd verklaard, terwijl die van haar echtgenoot en zoon ongegrond waren, leidt niet tot een ander oordeel.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ter ondersteuning van dit standpunt. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de weigering van toevoegingsaanvragen van eiseres en haar zoon worden ongegrond verklaard.