ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ6689
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verkrijging eigendom strook grond door verjaring in burengeschil
In deze zaak stond een burengeschil centraal over een strook grond gelegen tussen twee percelen. Eiser [A] vorderde onder meer dat de buren [B c.s.] de tegels en schuttingen op zijn perceel verwijderen en dat de kadastrale grens wordt gehandhaafd. [B c.s.] stelde dat zij de strook grond door langdurig bezit via verjaring hadden verkregen.
De rechtbank onderzocht of sprake was van bezit door (de rechtsvoorgangers van) [B c.s.] en concludeerde dat de strook grond sinds februari 1987 onafgebroken in bezit was van hen. Dit werd onderbouwd met verklaringen van buurtbewoners en feitelijke omstandigheden zoals het tuinmuurtje dat de tuin van [B c.s.] omringde en tot aan de muur van het pand van [A] liep. Daarentegen waren er onvoldoende bezitsdaden van [A] of diens rechtsvoorgangers.
De rechtbank stelde vast dat de verjaringstermijn was begonnen in februari 1987 en dat deze termijn ongestoord was verlopen, waardoor de strook grond door verjaring eigendom is geworden van [B c.s.]. De vorderingen van [A] werden afgewezen. Tevens werd [A] veroordeeld tot proceskosten en medewerking aan inschrijving van de verjaring in het Kadaster.
De rechtbank verwierp het bewijsaanbod van [A] als onvoldoende specifiek en benadrukte dat bezit beoordeeld moet worden naar uiterlijke feiten en verkeersopvatting. De uitspraak bevestigt de toepassing van de regels omtrent bezit en verkrijgende verjaring zoals neergelegd in het BW en het oude recht.
Uitkomst: De strook grond is door verjaring eigendom geworden van de buren [B c.s.] en de vorderingen van [A] worden afgewezen.