ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ7238
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke werkstraf voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 16 april 2013 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het feitelijk aanranding van de eerbaarheid. Het ten laste gelegde feit betrof het in augustus 2010 betasten van de borsten en billen van het slachtoffer in haar woning, waarbij verdachte gebruik maakte van zijn fysieke overwicht en het slachtoffer zich verbaal en fysiek verzette.
Tijdens de zitting op 5 april 2013 was verdachte niet aanwezig, maar werd hij vertegenwoordigd door zijn raadsman. De rechtbank achtte het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen op basis van de verklaringen van zowel het slachtoffer als verdachte. De verdachte bekende het betasten van de borsten en het proberen te betasten van de schaamstreek, terwijl het slachtoffer verklaarde dat verdachte ook haar billen had aangeraakt.
De rechtbank kwalificeerde het bewezen feit als feitelijke aanranding van de eerbaarheid, strafbaar gesteld in artikel 246 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Gezien de ernst van het feit, de impact op het slachtoffer en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, legde de rechtbank een geheel voorwaardelijke werkstraf van tachtig uur op met een proeftijd van twee jaar. Bij niet-naleving volgt vervangende hechtenis van veertig dagen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke werkstraf van tachtig uur wegens feitelijke aanranding van de eerbaarheid.