ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ7248

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 april 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
18.930099-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 157 Wetboek van StrafrechtArt. 45 Wetboek van StrafrechtArt. 47 Wetboek van StrafrechtArt. 310 Wetboek van StrafrechtArt. 311 Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte brandstichting en diefstal te Assen

De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 16 april 2013 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk stichten van brand tussen twee panden te Assen en het wederrechtelijk toe-eigenen van een tas met inhoud. De tenlastelegging betrof het in brand steken van een tas in een nauwe ruimte tussen de panden, waardoor brand ontstond met mogelijk gevaar voor goederen en personen.

Tijdens de openbare terechtzitting op 5 april 2013 heeft de rechtbank vastgesteld dat de dagvaarding geldig was en dat zij bevoegd was de zaak te behandelen. De officier van justitie achtte het bewijs niet wettig en overtuigend en vorderde vrijspraak.

De rechtbank oordeelde dat uit het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende was gebleken dat verdachte de diefstal van de tas had gepleegd noch dat hij brandstichting met behulp van die tas had gepleegd. Daarom verklaarde de rechtbank de tenlastelegging niet bewezen en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van brandstichting en diefstal wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Assen
Parketnummer: 18.930099-13
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 april 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats],
wonende [woonplaats], [adres].
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 05 april 2013.
De verdachte is verschenen.
Tenlastelegging
De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat
1.
hij op of omstreeks 30 november 2012 te Assen tezamen en in vereniging met een
ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht tussen twee
panden aan/nabij de [straatnaam], immers heeft/hebben verdachte en/of (een of
meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een tas (met inhoud) in
brand gestoken en die tas (vervolgens) in de spouw, althans een nauwe ruimte,
tussen die twee panden gestopt, in elk geval opzettelijk (open) vuur in
aanraking gebracht en/of laten komen met enig tussen die twee panden aanwezig
brandbaar materiaal, ten gevolge waarvan brand is ontstaan,
terwijl daarvan
gemeen gevaar voor (een van) die twee panden en/of voor de in dat/die pand(en)
aanwezig inboedel en/of voor een of meer belendende pand(en) en/of de daarin
aanwezige inboedel, in elk geval gemeen gevaar voor goederen,
en/of
levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer in
(een van) die twee panden en/of in dat/die belendende pand(en) aanwezige
perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk
letsel voor een ander of anderen te duchten was;
art 157 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 157 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht
art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat
hij op of omstreeks 30 november 2012 te Assen ter uitvoering van het door hem
voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen,
althans alleen, opzettelijk brand te stichten tussen/aan twee panden aan/nabij
de [straatnaam], terwijl daarvan
gemeen gevaar voor (een van) die twee panden en/of voor de in dat/die pand(en)
aanwezig inboedel en/of voor een of meer belendende pand(en) en/of de daarin
aanwezige inboedel, in elk geval gemeen gevaar voor goederen,
en/of
levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer in
(een van) die twee panden en/of in dat/die belendende pand(en) aanwezige
perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk
letsel voor een ander of anderen te duchten was,
met dat opzet met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, een tas
(met inhoud) in brand heeft gestoken en die tas (vervolgens) in de spouw,
althans een nauwe ruimte, tussen die twee panden heeft gestopt, in elk geval
met dat opzet (open) vuur in aanraking heeft gebracht en/of laten komen met
enig tussen die twee panden aanwezig brandbaar materiaal,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
art 157 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht
art 45 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
art 157 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
2.
hij op of omstreeks 29 november 2012 te Assen tezamen en in vereniging met een
ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke
toeëigening heeft weggenomen een tas met inhoud, in elk geval enig goed,
geheel of ten dele toebehorende aan [naam aangeefster], in elk geval aan een ander
of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);
art 310 Wetboek Pro van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht
Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie mr. G. Wilbrink acht hetgeen aan verdachte onder 1 en 2 is tenlastegelgd niet wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank verdachte zal vrijspreken.
De voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Vrijspraak
De verdachte dient van het onder 1 primair en subsidiair en 2 tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit -evenals de officier van justitie- niet wettig en overtuigend bewezen acht.
De rechtbank is uit het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende gebleken van de toedracht van de diefstal van de handtas (feit 2) en van de met behulp van deze tas gepleegde brandstichting (feit 1).
Beslissing van de rechtbank
De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair en subsidiair en 2 is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, en mr. M.A.A. van Capelle en
mr. C. Brouwer, rechters, in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 16 april 2013.
Parketnummer: 18/930099-13
Uitspraak d.d.: 16 april 2013 3
vonnis