ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ9995
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens vermeende overtreding omgevingsvergunning
Verzoekster is door verweerder een last onder dwangsom opgelegd wegens vermeende overtreding van voorschrift 2.2.5 van haar omgevingsvergunning, omdat zij volgens verweerder niet de vereiste flocculatie toepast bij de verwerking van bssw-olie. Verzoekster betwist dit en stelt dat de afvalstroom door een derde partij in Duitsland conform de beste beschikbare technieken wordt voorbewerkt, waarna alleen het afgescheiden olie-deel wordt overgebracht en verwerkt.
De voorzieningenrechter overweegt dat de vraag of daadwerkelijk sprake is van een overtreding en of het handhavend optreden terecht is, een nadere beoordeling vergt die niet in de voorlopige voorzieningprocedure kan plaatsvinden. Daarom wordt het verzoek beoordeeld aan de hand van een belangenafweging.
De voorzieningenrechter hecht daarbij zwaar aan de schorsing door de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van het besluit van de minister van Infrastructuur en Milieu, waarin schriftelijke toestemming werd verleend voor de overbrenging van afvalstoffen. Tevens is niet gebleken dat de verwerking tot onaanvaardbare situaties heeft geleid. Gelet hierop en het feit dat nog niet vaststaat of de last terecht is opgelegd, weegt het belang van verzoekster bij het voorkomen van dwangsommen zwaarder dan het belang van verweerder bij handhaving.
De voorzieningenrechter besluit daarom het bestreden besluit te schorsen tot zes weken na beslissing op het bezwaarschrift van verzoekster. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het handhavingsbesluit wordt geschorst en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.