ECLI:NL:RBNNE:2013:CA0098
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijke vergoeding voor werkzaamheden binnen onderneming ex art. 479a Rv
In deze civiele procedure vordert eiseres, [A], een redelijke vergoeding voor de door [X] verrichte werkzaamheden binnen de onderneming van haar echtgenote, [B]. De rechtbank baseert zich op artikel 479a Rv en eerdere tussenvonnissen om de vergoeding vast te stellen.
De rechtbank heeft de jaarcijfers van de onderneming over 2007-2012 beoordeeld, waarbij zowel de nettowinst, privé-opnamen als het vermogen aan het einde van elk jaar zijn betrokken. Ondanks een dalende winst en vermogen in de latere jaren, was de onderneming in de periode 2007-2011 winstgevend met aanzienlijke privéonttrekkingen, wat ruimte bood voor een vergoeding.
De rechtbank verwerpt het verweer van [B] dat alleen de financiële situatie na de beslaglegging in oktober 2011 relevant is en dat rekening moet worden gehouden met de beslagvrije voet. Uit jurisprudentie volgt dat ook werkzaamheden vóór het beslag in de vergoeding moeten worden betrokken en dat de beslagvrije voet niet geldt voor de vergoeding van werkzaamheden binnen de onderneming.
Op basis van deze overwegingen stelt de rechtbank de redelijke vergoeding vast op €1.000 netto per maand vanaf 1 april 2007, de maand volgend op de start van de werkzaamheden van [X]. Tevens wordt [B] veroordeeld in de proceskosten van €1.293,64, waarvan het vonnis uitvoerbaar is bij voorraad voor de kostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank stelt een redelijke vergoeding van €1.000 netto per maand vast vanaf 1 april 2007 en veroordeelt [B] in de proceskosten.