ECLI:NL:RBNNE:2013:CA0894
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.Tj. Terpstra
- Rechtspraak.nl
Arbeidsrechtelijke geschil over studiekostenbeding en eindafrekening na beëindiging arbeidsovereenkomst
De werknemer was sinds 1 januari 2010 in dienst bij TAN en had vanaf 1 januari 2011 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In de overeenkomst was opgenomen dat studiekosten verrekend konden worden bij eigen ontslag. De werknemer heeft de arbeidsovereenkomst per 1 juni 2012 opgezegd met wederzijdse instemming.
De werknemer vorderde betaling van achterstallig salaris, vakantietoeslag, provisies, reiskosten en vergoeding voor niet-genoten vakantiedagen. De werkgever erkende grotendeels de vorderingen, behalve de reiskosten die zij betwistte wegens verloren administratie. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever onvoldoende bewijs leverde en kende de reiskosten toe.
De werkgever vorderde in reconventie een schadevergoeding wegens niet inachtneming van de opzegtermijn en betaling van studiekosten. De kantonrechter oordeelde dat er sprake was van wederzijdse instemming over de ontslagdatum, waardoor de schadevergoeding werd afgewezen. Het studiekostenbeding werd niet aan de wettelijke vereisten getoetst en het beroep daarop werd afgewezen wegens strijd met goed werkgeverschap, mede gezien de intrekking van de vergunning van TAN.
De kantonrechter veroordeelde TAN tot betaling van € 4.407,40 vermeerderd met wettelijke verhoging en rente en wees de vordering van TAN af. TAN werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: TAN wordt veroordeeld tot betaling van € 4.407,40 aan [A] en de vordering tot studiekostenvergoeding wordt afgewezen.