ECLI:NL:RBNNE:2013:CA3025
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen onjuiste berekening bijstandsuitkering bij verwijtbare werkloosheid
Verzoekers ontvingen bijstand die met een maatregel werd verlaagd vanwege verwijtbare werkloosheid van verzoekster en een verlaging van de WW-uitkering van verzoeker. Verzoekers stelden dat de bijstand onjuist was berekend omdat verweerder uitging van de volledige WW-uitkering zonder rekening te houden met de verlaging.
De voorzieningenrechter oordeelde dat bijstandsverlening moet worden gebaseerd op het feitelijk netto ontvangen inkomen. Verweerder had ten onrechte de volledige WW-uitkering als uitgangspunt genomen zonder de verlaging mee te wegen. Een maatregel op grond van de WWB had apart moeten worden opgelegd, wat niet was gebeurd.
Daarom werd het bestreden besluit geschorst voor zover het uitgaat van de volledige WW-uitkering zonder verlaging. Verweerder moet bij de berekening van de bijstand uitgaan van het netto ontvangen WW-inkomen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De voorlopige voorziening geldt tot twee weken na het besluit op bezwaar, tenzij een nieuw verzoek wordt ingediend.
Uitkomst: Het besluit wordt geschorst voor zover het uitgaat van volledige WW-uitkering zonder verlaging en bijstand wordt berekend op basis van het netto ontvangen WW-inkomen.