ECLI:NL:RBNNE:2013:CA4031
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs gebreken schenking verbrandingsresten
In deze civiele procedure stond de kwalificatie van de levering van verbrandingsresten centraal. De kantonrechter bevestigde in een tussenvonnis dat de rechtsverhouding tussen partijen als een schenkingsovereenkomst moet worden beschouwd. Vervolgens werd onderzocht of de schenker aansprakelijk kon worden gehouden voor gebreken aan het geschonken goed op grond van artikel 7:183 BW Pro.
De eiser stelde dat de verbrandingsresten metaaldelen bevatten die schade konden veroorzaken en dat de schenker hiervan op de hoogte was zonder dit te hebben gemeld. De kantonrechter oordeelde echter dat onvoldoende was komen vast te staan dat de schenker daadwerkelijk wist van de aanwezigheid van schadelijke metaaldelen in de geleverde partij. Ook was niet overtuigend aangetoond dat de eiser de gebreken bij aflevering niet had kunnen ontdekken.
De rechtbank wees de vordering van de eiser af en veroordeelde hem in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hiermee werd de aansprakelijkheid van de schenker voor gebreken in de schenking ontkend vanwege het ontbreken van bewijs van kennis en het niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 7:183 BW Pro.
Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat de schenker aansprakelijk is voor gebreken.