Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van de kantonrechter d.d. 18 maart 2014
[A], H.O.D.N. [B] EN [C],
Procesverloop
Motivering
De feiten in conventie en in reconventie
Artikel 3Exclusiviteit
Het standpunt van Gutter
Het standpunt van [A]
De beoordeling van het geschil in conventie en reconventie
(38 x € 1.952,05 =) € 74.177,85 zou zijn geweest. Uitgaande van een winstpercentage van 10% bedraagt de gederfde winst € 7.417,79. Gutter betwist de omvang van de gevorderde gederfde winst. Volgens Gutter is er slechts een omzet van € 19.412,04 behaald, zijnde het totaal van de door Gutter aan [A] gefactureerde bedragen wegens ingekochte Bladervrij-producten. De kantonrechter oordeelt hierover als volgt. [A] heeft zijn vordering niet feitelijk, bijvoorbeeld aan de hand van stukken waaruit de door hem gestelde omzetcijfers blijken, onderbouwd. Zoals in de vorige rechtsoverweging voorop is gesteld, had dat wel op zijn weg gelegen om te doen. Anderzijds heeft Gutter wel de door [A] behaalde omzet betwist, maar heeft zij de berekening van [A] voor het overige niet weersproken. Gelet op de stelling van Gutter dat er wel een omzet van € 19.412,04 is behaald, zal de kantonrechter de gederfde winst als volgt vaststellen. De gemiddelde omzet per maand bedraagt € 19.412,04 : 22 maanden = € 882,37, zodat de omzet over de resterende maanden
(38 x € 882,37 =) € 33.530,06 zou zijn geweest. Uitgaande van het - niet door Gutter weersproken - winstpercentage van 10% bedraagt de gederfde winst € 3.353,01.
€ 1.270,92-/-