Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[naam],
[naam],vennoot van gedaagde sub 3,
[naam],vennoot van gedaagde 3,
De vennootschap onder firma [naam],mede handelende onder de naam [naam], gevestigd en kantoorhoudende te [plaatsnaam], [adres],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een geschil tussen verhuurder en huurders over achterstallige huurpenningen en de verrekening van de waarborgsom na beëindiging van een huurovereenkomst voor een bedrijfspand.
De huurovereenkomst, die in 1985 is aangegaan en per 31 mei 2013 is geëindigd, bevatte geen specifieke bepalingen over de rente op de waarborgsom. De huurders hadden bij aanvang een waarborgsom betaald die door de verhuurder werd verrekend met openstaande huur.
De verhuurder vorderde betaling van achterstallige huur, boetes, incassokosten en rente. De huurders stelden dat het openstaande bedrag reeds was voldaan en dat de renteopbrengst op de waarborgsom het gevorderde bedrag overtrof.
De rechtbank oordeelde dat volgens de wet de rente toekomt aan de houder van de waarborgsom, tenzij anders overeengekomen. Omdat geen afwijkende afspraken waren gemaakt, was de rente niet verschuldigd aan de huurders. De vordering van de verhuurder werd daarom integraal toegewezen, inclusief proceskosten.
Uitkomst: Huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, rente en kosten, zonder recht op rente over de waarborgsom.