Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- het mondeling tussenvonnis van 23 oktober 2013;
- het proces-verbaal van comparitie van 27 januari 2014.
2.De feiten
3.De vordering
4.Het geschil en de beoordeling
€ 904,00(2 punten in tarief II)
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser, een fokker van Friese paarden, vorderde dat de rechtbank verklaart dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld door zonder zijn toestemming zeven drachtige Friese merries te verkopen. Eiser stelde dat hij niet geïnformeerd was over de verkoop en dat de opgegeven verkoopopbrengsten te laag waren. Gedaagde voerde aan slechts te hebben bemiddeld bij de verkoop.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende feiten en omstandigheden had aangevoerd om zijn stelplicht te voldoen. Er was geen bewijs dat gedaagde een opdracht had aanvaard om de merries te verkopen. Het feit dat de merries bij een andere hengstenhouderij waren gestald dan eiser dacht, was onvoldoende om onrechtmatigheid aan te nemen.
Daarom wees de rechtbank de vorderingen af. Omdat de overige vorderingen daarop voortbouwden, werden ook deze afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door rechter E.Th.M. Zwart-Sneek en op 12 maart 2014 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt eiser in de proceskosten.