Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
art 350 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
De vordering van de officier van justitie
De voorvragen
Vrijspraak
Bewijsmotivering
opgave van bewijsmiddelen:
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 13 mei 2014 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van vernieling van een gebouw en subsidiair van het vernielen van een ruit in Assen op 27 februari 2014. De rechtbank sprak verdachte vrij van de primaire tenlastelegging dat het gebouw was vernield, omdat dit niet wettig en overtuigend bewezen kon worden.
Wel achtte de rechtbank bewezen dat verdachte opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van het pand had vernield, zoals subsidiair tenlastegelegd. Verdachte werd strafbaar verklaard voor dit feit. De rechtbank legde een maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) op voor de duur van twee jaar, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Deze maatregel wordt niet ten uitvoer gelegd tenzij verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt.
De rechtbank oordeelde dat verdachte aansprakelijk is voor de schade aan de ruit en veroordeelde hem tot betaling van €425 aan de benadeelde partij. Voor overige schade was onvoldoende bewijs en deze vordering werd deels niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij kan die schade bij de burgerlijke rechter vorderen. Verdachte draagt eigen kosten en de kosten van de benadeelde partij worden tot op heden nihil begroot.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van vernieling van het gebouw, veroordeeld voor vernieling van een ruit en krijgt een voorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar met proeftijd opgelegd.