ECLI:NL:RBNNE:2014:2446
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte door stilzwijgende instemming ondanks afwijking van dwingendrechtelijke huurperiode
De zaak betreft een geschil tussen verhuurder Ruja B.V. en huurder [A] over de beëindiging van een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte en betaling van huurachterstand.
De huurovereenkomst was aangegaan voor een periode van vijf jaar, maar partijen hadden schriftelijk een afwijkende huurperiode van 3,5 jaar afgesproken zonder toestemming van de kantonrechter. [A] had de huur opgezegd en het pand ontruimd, waarna verhuurder Ruja betaling van huurachterstand en schadevergoeding vorderde.
De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst op grond van de wettelijke bepalingen (artikel 7:290 BW Pro) geldt als een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte en dat de wettelijke huurperiode van vijf jaar van toepassing is. Desondanks was er stilzwijgende instemming van verhuurder met de beëindiging na 3,5 jaar, gelet op het gedrag van partijen, waaronder het ontruimen van het pand en het inleveren van de sleutels.
De vordering tot ontbinding en ontruiming werd afgewezen omdat de overeenkomst reeds was geëindigd. Wel werd de huurachterstand en een nota nutsvoorzieningen toegewezen, verminderd met de waarborgsom. De gevorderde boetes en schadevergoeding wegens waterschade werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van een ingebrekestelling.
De kosten van de procedure werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De huurovereenkomst is stilzwijgend beëindigd na 3,5 jaar met instemming verhuurder, huurachterstand en nutsvoorzieningen zijn toegewezen, overige vorderingen afgewezen.