ECLI:NL:RBNNE:2014:2799
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- F.J. Agema
- F. de Jong
- D.M. Schuiling
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs medeplegen mensenhandel
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 5 juni 2014 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van mensenhandel met betrekking tot een vrouw die in de prostitutie werkzaam was. De tenlastelegging omvatte onder meer het werven, vervoeren, overbrengen en uitbuiten van de vrouw door dwang, misleiding en misbruik van een kwetsbare positie.
De officier van justitie stelde dat verdachte door onder meer tolken, het regelen van inschrijvingen en het begeleiden van de vrouw naar instanties betrokken was bij mensenhandel. De verdediging voerde aan dat verdachte slechts als vriendendienst hielp zonder financieel gewin en dat belastende verklaringen van de aangeefster onvoldoende werden ondersteund door ander bewijs.
De rechtbank oordeelde dat naast de verklaringen van de aangeefster onvoldoende ondersteunend bewijs aanwezig was om de betrokkenheid van verdachte bij mensenhandel te bewijzen. Verdachte had een ondersteunende rol vervuld zonder wetenschap van uitbuiting of het oogmerk daarop. Medeplegen werd verworpen wegens gebrek aan nauwe en bewuste samenwerking met medeverdachte.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen was. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en bepaalde dat de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter moet aanbrengen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen mensenhandel.