ECLI:NL:RBNNE:2014:3153

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
25 juni 2014
Publicatiedatum
27 juni 2014
Zaaknummer
14/44
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 Wegenverkeerswet 1994Art. 2 lid 1 sub b Wet DNA-onderzoek bij veroordeeldenArt. 67 Wetboek van StrafvorderingArt. 7 Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift tegen DNA-afname na veroordeling voor roekeloosheid in verkeersongeval gegrond verklaard

De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 25 juni 2014 het bezwaarschrift van een veroordeelde tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel na een veroordeling voor een verkeersovertreding met dodelijk gevolg. De veroordeelde was veroordeeld voor overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 wegens roekeloosheid, waarbij een ander was overleden.

Hoewel de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden in beginsel afname van DNA toestaat bij veroordelingen met gevangenisstraf, erkent de rechtbank dat artikel 6 WVW Pro 1994 niet standaard als uitzonderingsgeval geldt. De rechtbank overweegt echter dat bijzondere omstandigheden, zoals de leeftijd van de veroordeelde, zijn schone justitiële verleden en langdurig rijbewijsbezit, aanleiding geven af te wijken van de hoofdregel.

Op basis van deze persoonlijke omstandigheden verklaart de rechtbank het bezwaarschrift gegrond en beveelt zij de onmiddellijke vernietiging van het afgenomen celmateriaal. Hiermee wordt een uitzondering gemaakt op de wettelijke regeling vanwege de bijzondere situatie van de veroordeelde.

Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen DNA-afname wordt gegrond verklaard en het celmateriaal wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
rekestnummer 14/44
parketnummer 17/885557-12
beslissing van de enkelvoudige raadkamer d.d. 25 juni 2014 op het bezwaarschrift ex artikel 7 van Pro de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden, ingediend door:

[klager]

geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats],
wonende te [adres].

Procesverloop

Het bezwaarschrift is bij akte op 9 mei 2014 ingekomen ter griffie en richt zich tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van veroordeelde. De behandeling van het bezwaarschrift heeft plaatsgevonden op 18 juni 2014.

Motivering

Klager is ontvankelijk in zijn bezwaarschrift nu dit binnen de wettelijke termijn is ingediend.
Bij vonnis van de meervoudige kamer in deze rechtbank van 18 oktober 2013 is klager ter zake overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood, veroordeeld tot onder meer 8 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk. De rechtbank heeft schuld in de vorm van roekeloosheid bewezen verklaard. Klager is derhalve veroordeeld wegens een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering waarbij hem een gevangenisstraf, jeugddetentie of taakstraf is opgelegd zodat kan worden overgegaan tot afname van celmateriaal ten behoeve van het bepalen en verwerken van het DNA-profiel.
In het bezwaarschrift en de toelichting daarop is gesteld dat er sprake is van een uitzonderingsgeval als bedoeld in artikel 2 lid 1 sub b van Pro de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat voor de opsporing en vervolging van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 DNA-onderzoek geen rol speelt, terwijl klager een first offender is die al 20 jaar zijn rijbewijs heeft.
De officier van justitie heeft gevorderd dat het bezwaar ongegrond wordt verklaard onder verwijzing naar onder meer een uitspraak van rechtbank Leeuwarden van 27 juli 2011.
De rechtbank is van oordeel dat artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 in zijn algemeenheid niet als een uitzonderingsgeval als bedoeld in voornoemd artikel 2 kan Pro worden aangemerkt. Er kunnen zich echter bijzondere omstandigheden voordoen, liggend in de persoon van klager, waardoor afgeweken moet worden van deze hoofdregel.
De rechtbank is van oordeel dat de onderhavige zaak als uitzonderingsgeval moet worden aangemerkt. De rechtbank betrekt hierbij met name de leeftijd van klager, het gegeven dat klager onbekend was in de justitiële documentatie en dat hij ruim 20 jaar in het bezit is van een rijbewijs.
De rechtbank komt op grond van het bovenstaande tot het oordeel dat het bezwaarschrift gegrond moet worden verklaard.

Beslissing

De rechtbank verklaart het bezwaarschrift gegrond en beveelt de officier van justitie ervoor zorg te dragen dat het celmateriaal van de veroordeelde terstond wordt vernietigd.
Deze beschikking is gegeven op 25 juni 2014 door mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, rechter, bijgestaan door T.L. Komrij, griffier.