ECLI:NL:RBNNE:2014:3657
Rechtbank Noord-Nederland
- Prejudicieel verzoek
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over boedelschuld huurprijs roerende zaken bij faillissement
In deze zaak tussen Doka Nederland B.V. en de curator in het faillissement van Beton- en Aannemersbedrijf Veenstra B.V. heeft de kantonrechter een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad voorgelegd. De vraag betreft de uitleg van artikel 39 van Pro de Faillissementswet, waarin is bepaald dat vanaf de dag van faillietverklaring de huurprijs een boedelschuld is. De vraag is of deze bepaling ook geldt voor de huur van roerende zaken, zoals in dit geval.
De procedure omvatte een tussenvonnis en akten van partijen waarin zij hun standpunt over het voornemen tot het stellen van de prejudiciële vraag kenbaar maakten. Beide partijen stemden in met het voornemen en hadden geen opmerkingen over de formulering van de vraag.
De kantonrechter besloot vervolgens de Hoge Raad te verzoeken om prejudiciële beslissing over deze rechtsvraag en hield iedere verdere beslissing aan in afwachting van het antwoord van de Hoge Raad. Het vonnis werd uitgesproken op 8 juli 2014 door kantonrechter S.B. van Baalen.
Uitkomst: De kantonrechter heeft de prejudiciële vraag aan de Hoge Raad voorgelegd en de verdere beslissing aangehouden.