Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.De vordering
4.Het geschil en de beoordeling
€ 600,00(2 punten x tarief € 300,00)
Rechtbank Noord-Nederland
De zaak betreft een huurovereenkomst voor een café met bovengelegen hotel- en zaalaccommodatie, aangegaan in 1998 met stilzwijgende verlenging. De huurder is sinds juli 2012 in gebreke gebleven met het betalen van de huur, ondanks herhaalde sommaties. De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en betaling van achterstallige huur, rente, schadevergoeding en incassokosten.
De huurder voert verweer met een beroep op achterstallig onderhoud en opschorting van de huurbetaling, maar heeft dit niet concreet onderbouwd of kenbaar gemaakt aan de verhuurder. De kantonrechter oordeelt dat het beroep op opschorting niet toewijsbaar is. De huurachterstand en de vordering tot betaling van contractuele rente worden toegewezen.
Gelet op de omvang en duur van de achterstand en het niet nakomen van afspraken over betaling, wordt de huurovereenkomst ontbonden met een termijn van veertien dagen voor ontruiming, rekening houdend met het feit dat het gehuurde tevens woonruimte is. De gevorderde schadevergoeding na ontbinding wordt deels toegewezen, met een schadestaatprocedure voor het meer gevorderde. Ook worden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten aan de zijde van de verhuurder toegewezen.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, de huurder veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van achterstallige huur, rente, schadevergoeding en incassokosten.