ECLI:NL:RBNNE:2014:378
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens verboden onderverhuur zonder ingebrekestelling
Tussen verhuurster en huurder bestond sinds 1984 een huurovereenkomst voor een woning in de binnenstad. Verhuurster ontving klachten van omwonenden over onderverhuur en overlast. Zij stelde de huurder schriftelijk voor de overeenkomst te beëindigen, maar de huurder ontkende onderverhuur en stemde niet in.
De verhuurster vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De huurder ontkende onderverhuur en stelde dat zij haar hoofdverblijf in de woning had, dat zij geen overlast veroorzaakte en dat zij niet in gebreke was gesteld.
De rechtbank oordeelde dat de door verhuurster overgelegde klachten en verklaringen van omwonenden en een wijkagent voldoende bewijs leverden dat de huurder de woning geheel aan derden in gebruik had gegeven. De enkele ontkenning was onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank stelde vast dat dit een ernstige tekortkoming is die ontbinding rechtvaardigt, ook zonder ingebrekestelling, vanwege blijvende onmogelijkheid tot nakoming. De vordering tot ontbinding en ontruiming werd toegewezen, met veroordeling van de huurder in proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens verboden onderverhuur en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming.