Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.[eiseres],
2.[eiser],
4.1. Het Wetterskip heeft als eerste verweer betwist dat het paard is verwond door een uit de baggerspecie afkomstig stuk glas en heeft gesteld dat [eiseres1] het bewijs daartoe niet heeft geleverd. De kantonrechter volgt dit standpunt niet. Uit de door [eiseres1] overgelegde foto's van de glasscherf, de verklaring van de buurvrouw en de toelichting van de behandelend dierenarts, in combinatie met de door het Wetterskip niet betwiste vervuiling met glasdelen van de baggerspecie, heeft [eiseres1] naar het oordeel van de kantonrechter op voorhand voldoende bewijs van haar stellingname dienaangaande geleverd. Bij de verdere beoordeling zal er dan ook van worden uitgegaan dat het paard gewond is geraakt door een uit de baggerspecie afkomstige glassplinter.
"Rechthebbenden ten aanzien van gronden, gelegen aan of in een oppervlaktewaterlichaam waarvan het onderhoud geschiedt door of onder toezicht van een beheerder, zijn gehouden op die gronden specie en maaisel te ontvangen, die tot regulier onderhoud van dat oppervlaktewaterlichaam worden verwijderd."Niet staat tussen partijen ter discussie dat het Wetterskip op grond van deze bepaling de baggerspecie op het perceel van [eiseres1] mocht deponeren en dat [eiseres1] een ontvangplicht had. Verder staat vast dat het Wetterskip voorafgaande aan het uitbaggeren aan enige genomen monsters laboratoriumonderzoek heeft laten verrichten naar de kwaliteit van de baggerspecie en dat daaruit is gebleken er geen sprake was van zodanige (chemische) verontreiniging dat de baggerspecie niet over het perceel van [eiseres1] zou mogen worden uitgespreid.
"bij de beantwoording van de vraag of sprake is van handelen in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, niet alleen moet worden gelet op de kans op schade, maar ook op de aard van de gedraging, de aard en ernst van de eventuele schade en de bezwaarlijkheid en gebruikelijkheid van het nemen van voorzorgsmaatregelen"en tevens
"dat niet reeds de enkele mogelijkheid van schade als verwezenlijking van aan een bepaald gedrag inherent gevaar dat gedrag onrechtmatig doet zijn, maar dat zodanig gevaarscheppend gedrag slechts onrechtmatig is indien de mate van waarschijnlijkheid van schade als gevolg van dat gedrag zo groot is dat de betrokkene zich naar maatstaven van zorgvuldigheid van dat gedrag had moeten onthouden."