Eiser verzocht het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) om handhaving tegen de curator van Bosch ICT & Kantoor BV vanwege de publicatie van zijn persoonsgegevens in een faillissementsverslag op de website van de curator. Het CBP wees het verzoek af omdat niet voldaan was aan de prioriteitscriteria in de Beleidsregels handhaving. De rechtbank bevestigt dat het CBP bevoegd is om beleid vast te stellen voor prioritering van handhaving en dat het verzoek van eiser niet voldeed aan de criteria, zoals het ontbreken van een ernstige of structurele overtreding die veel mensen raakt.
Eiser voerde aan dat de Beleidsregels strijdig zijn met de Richtlijn 95/46/EG en het Handvest van de grondrechten van de EU, maar de rechtbank oordeelt dat de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) een passend beschermingsniveau biedt en dat het CBP niet verplicht is om op elk verzoek handhavend op te treden. De rechtbank stelt dat het beleid van het CBP binnen redelijke beleidsruimte valt en dat eiser geen bijzondere omstandigheden heeft aangetoond die afwijking rechtvaardigen.
De rechtbank laat de subsidiaire afwijzingsgrond dat er geen overtreding is door curator of Raad voor de Rechtspraak onbesproken, omdat de afwijzing op de prioriteitscriteria reeds stand houdt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.