Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.De beoordeling
3.De beslissing
mr. E.M. Visser en het college van burgemeester en wethouders van Groningen.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. E.M. Visser, rechter in een bestuursrechtelijke procedure, wegens vermeende partijdigheid. De wrakingskamer, bestaande uit drie rechters, behandelde het verzoek op 26 augustus 2014, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen.
De rechtbank hanteert de maatstaf dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. Het enkele subjectieve oordeel van verzoeker is niet voldoende. Omdat verzoeker geen concrete feiten of omstandigheden heeft aangevoerd en niet is verschenen om zijn standpunt toe te lichten, oordeelt de rechtbank dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestaat.
De rechtbank concludeert dat het wrakingsverzoek ongegrond is en wijst dit af. De hoofdprocedure wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek. De beslissing is openbaar uitgesproken op 1 september 2014 door de wrakingskamer onder voorzitterschap van mr. A. Fokkema.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. E.M. Visser wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.