Uitspraak
3.Voorgeschiedenis
5.Heroverweging
€ 400,00(2 punten x tarief € 200,00)
Rechtbank Noord-Nederland
Werknemer, een vrachtwagenchauffeur, meldde zich ziek in augustus 2011 vanwege psychische klachten die samenhingen met een werkverplaatsing. Het UWV oordeelde dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht en verlengde de loondoorbetalingsplicht tot augustus 2014. De werkgever stelde dat werknemer niet arbeidsongeschikt was en dat de loondoorbetaling moest stoppen vanwege werkweigering.
De kantonrechter stelde vast dat werknemer niet arbeidsongeschikt is op medische gronden, maar dat de klachten voortkomen uit de verandering van woon-werkverkeer. De werkgever had onvoldoende passende re-integratie geboden en het niet hervatten van werkzaamheden door werknemer na een niet doorgegaan gesprek kon hem niet worden toegerekend.
De rechter oordeelde dat de werkgever gehouden is tot loondoorbetaling van 70% van het salaris tot uiterlijk 25 augustus 2014. De vordering tot betaling van 28 overuren en vakantietoeslag werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs. De wettelijke verhoging werd gematigd tot 25% en de incassokosten werden niet toegewezen. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Werkgever moet 70% van het loon doorbetalen tot 25 augustus 2014 wegens onvoldoende re-integratie.