Op 3 juli 2014 pleegde verdachte samen met anderen op een parkeerterrein bij een winkelcentrum openlijk geweld tegen twee slachtoffers, waaronder het met kracht duwen, stompen en trappen tegen het hoofd en lichaam. Dit leidde tot ernstig letsel bij een van de slachtoffers. Verdachte werd tevens verdacht van mishandeling op 14 juli 2014 en van verkeersovertredingen op 10 juli 2014, waaronder het rijden zonder rijbewijs en het verlaten van de plaats van een ongeval.
De rechtbank oordeelde dat verdachte medepleger was van poging tot doodslag vanwege het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans op overlijden door het herhaaldelijk trappen tegen het hoofd van een slachtoffer. Verdachte werd vrijgesproken van de beschuldigingen omtrent de wederrechtelijke toe-eigening en gebruik van een motorfiets. De rechtbank achtte het bewijs voor deze feiten onvoldoende.
De strafoplegging bestond uit een gevangenisstraf van 30 maanden voor de geweldsdelicten en een ontzegging van de rijbevoegdheid van een jaar, plus een hechtenisstraf van twee weken voor de verkeersovertreding. Tevens werd verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €4.215,99 aan een slachtoffer, vermeerderd met wettelijke rente. De vordering van een andere benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de gevolgen voor de slachtoffers, het recidivekarakter van verdachte en het maatschappelijke belang van normhandhaving. Het vonnis werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Nederland op 30 oktober 2014.