Op 3 juli 2014 pleegde verdachte samen met een ander openlijk geweld tegen twee slachtoffers op een parkeerterrein nabij een winkelcentrum in een Nederlandse plaats. Verdachte duwde, sloeg en schold de slachtoffers uit en schold woorden als "schiet ze neer". Daarnaast schopte en trapte zij, terwijl één slachtoffer weerloos op de grond lag, meerdere malen met kracht tegen het hoofd en lichaam van dat slachtoffer.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte medepleegde aan een poging tot doodslag door het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer zou overlijden door het geweld. Verdachte werd ook veroordeeld voor openlijk geweld in vereniging. De verdediging erkende het geweld, maar ontkende het opzet op doodslag.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 18 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden en toezicht door de reclassering. Tevens werd verdachte veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €4.215,99 aan het slachtoffer, inclusief wettelijke rente, met vervangende hechtenis bij niet-betaling.
De straf houdt rekening met eerdere veroordelingen van verdachte, de ernst van het feit en de maatschappelijke onrust die dergelijk geweld veroorzaakt. Verdachte werd vrijgesproken van overige ten laste gelegde feiten die niet bewezen konden worden.