Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De standpunten van partijen en de beoordeling daarvan
4.De beslissing
fn: 315)
Rechtbank Noord-Nederland
De Stichting Bureau Jeugdzorg Friesland verzocht de kinderrechter om vervangende toestemming te geven voor een medische behandeling van een minderjarige geboren in 1998, die lijdt aan PTSS en andere psychische klachten door langdurig huiselijk geweld en seksueel misbruik. De ouders oefenen gezamenlijk gezag uit, maar vader weigert toestemming voor de noodzakelijke behandeling te verlenen.
De kinderrechter overweegt dat hoewel de minderjarige ouder is dan twaalf jaar, zij niet in staat is tot een redelijke waardering van haar belangen vanwege haar psychische toestand. De wet voorziet niet expliciet in deze situatie, maar de rechter past artikel 1:264 BW Pro analoog toe in afwachting van toekomstige wetgeving. De behandeling wordt aangemerkt als medische behandeling in de zin van de WGBO, ondanks het betoog van vader dat het een orthopedagogische behandeling betreft.
De kinderrechter wijst het verzoek van vader af om de stichting niet-ontvankelijk te verklaren en verleent vervangende toestemming voor de behandeling bestaande uit psycho-educatie, stabilisatie, cognitieve gedragstherapie en traumabehandeling, evenals een uitgebreid intelligentieonderzoek. Het verzoek voor farmacotherapie wordt afgewezen wegens onvoldoende noodzaak op dit moment.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Vervangende toestemming verleend voor medische behandeling van minderjarige met PTSS ondanks weigering van vader.